Toen ik aan dit verhaal begon, dacht ik dat het centrale thema ‘ontmenselijking’ zou zijn. Mijn Covid-periode is een traumatische ervaring. Ik kan er nog steeds niet over vertellen zonder de nodige tranen. Het heeft een aantal dingen pijnlijk uitvergroot. De connectie die er niet is met bepaalde mensen, terwijl ik dat toch bleef hopen. Wederkerigheid die ik binnen een vriendschap verwacht, maar die achterwege bleef. Gedragenheid binnen een sociaal systeem, wat spijtig genoeg in duigen ligt. Medeleven dat moet onderdoen voor oordeel.

Maar al schrijvend kwam ook de andere zijde naar boven. En wellicht duidt dat op heling. Er verschijnt zelfs een glimlach op mijn gezicht. Door die ene kant zo expliciet te maken, kon ik opeens ook de andere kant helemaal in het licht zetten. Dat wat er wél was. Onverwacht. En de dankbaarheid daarvoor is groot.

Dus ik ben blij dat ik een genuanceerd verhaal kan brengen. Vanuit het hart.

Over ontmenselijking en menselijkheid.
Over teleurstelling en dankbaarheid.

 

Woensdag 1 december 2021

Om 9 u sta ik voor de deur van de apotheek om de hoek. Ik had een afspraak gemaakt omdat ik een belangrijke vergadering heb. En nadat ik vorige week woensdag een ‘toch wel hoog risico contact’ heb gehad, wil ik op zeker spelen. De afgelopen dagen heb ik zoveel mogelijk contact vermeden en het is al een week geleden, maar toch.

Maar toen ik vannacht wakker werd, wist ik het: ik ga positief zijn. Ik formuleer het bewust zo. Want dat is onze nieuwe manier van praten. We zijn niet ziek of hebben griep. Nee, we ‘zijn positief’.

Daar waar het een preventieve afspraak was, is het nu een bijna overbodige bevestiging. Ik koop meteen ontsmettingsproduct. ‘Voor het geval dat…’ En jawel, na een kwartiertje al belt ze me op: ‘U bent positief getest.’ Ik had al een papier meegekregen met wat ik diende te doen, voor dat geval dat…

Ik ben nu een covid-case, een nummer in de statistieken en vooral een gevaarlijk sujet.
Of toch nog niet helemaal, want als ik écht officieel covid wil hebben, moet ik een positieve PCR-test kunnen voorleggen. Toch als ik een herstelcertificaat wens.

Dus ik pak al mijn energie bij elkaar, tracht wijs te raken uit de zovele websites en vragen om aan een code te raken, maak een afspraak en rij naar het testcentrum.  Ondanks de goede bedoelingen, voelt zo’n tent / garage waar je lopende band werk bent, waar je een digitaal uitgelezen nummer bent en met minimale instructies gepenetreerd wordt en dan weer buiten gestuurd, heel onpersoonlijk.

Daarna kruip ik in bed. Voel me niet goed, maar zo gaat dat met een griep. Ik telefoneer en stuur berichtjes naar wat vrienden en familie. Ik ben nog helemaal niet gealarmeerd. Het komt wel goed, ik heb vertrouwen in mijn lichaam.

De eerste twee dagen zijn nog doenbaar, dan slaat het in alle hevigheid toe. Koorts, pijn aan mijn longen, uitputting… En daar lig ik dan.

 

Ontmenselijking en teleurstelling?  Jawel. Dit zijn mijn ervaringen.* (zie noot onderaan)

Isolatie. Als een leprapatiënt 200 jaar geleden behandeld worden.
De huisgenoot die zich wegsteekt wanneer ze me van de trap hoort komen, want ik ben gevaarlijk.
Met een ontsmettingsproduct alles wat ik aanraak afvegen en meteen het raam openzetten als ik in de ruimte kom. Maar voelen dat dat blijkbaar niet genoeg is.

Vrienden en familieleden die niet bellen of niet informeren hoe het gaat. En me afvragen of ze denken ‘ze had zich maar moeten laten vaccineren’. En dat ik ze daarom niet hoor, of amper een berichtje krijg.

De persoon die toevallig belt en wiens enige reactie is ‘je had je maar moeten laten vaccineren’. En daarna niet meer van zich laat horen.

Ik die de dokter niet wil lastigvallen, want ‘huisartsen zijn overvraagd’.  Volhouden, ook al voel ik dat het van kwaad naar erger gaat.
Dan toch mijn moed bijeen rapen en bellen voor een afspraak. De reactie: ‘Maar mevrouw, u hebt covid?!’ Alsof het dan ongehoord is om een dokter te willen zien.
Moeten terugbellen op het telefoonuurtje. Te horen krijgen dat als ik me niet goed voel, ik maar naar spoed moet gaan.

Niet naar spoed willen gaan want ‘de ziekenhuizen zijn overvraagd’.
Terugdenken aan dat gesprek waarin ik te horen kreeg dat het door ‘mensen zoals ik’ is dat ‘mensen zoals zij’ geen goeie zorg krijgen. Zo staat het toch in de krant, toch?!
Denken aan een vriend die naar de spoed ging en ondertussen op intensieve ligt.
Niet weten of het wel erg genoeg is.

Kwaad worden aan de telefoon, allez, beginnen wenen en zeggen ‘dat ik het niet begrijp, dat we toch in België leven en dat ik toch recht heb om als mens behandeld te worden.’
Een afspraak krijgen, maar aan de voordeur – ze wil niet door de gang naar de tuin.
Achter de voordeur zitten wachten op het afgesproken uur, want twee verdiepingen naar beneden lopen als de bel gaat, lukt niet.
Mijn stoel voor mijn deur zetten terwijl de dokter zich ‘bewapent’ met schort en extra face-shield.
De overbuurman door het gordijn zien kijken terwijl de dokter me op de stoep onderzoekt.
Onwezenlijk. Ik ben een covid-case.

Dokter bellen bleek niet onterecht: een longontsteking. Antibiotica moet binnen de 24 u aanslaan en koorts moet zakken. Anders naar spoed.

Gelukkig voelen dat de koorts zakt, na tien dagen en terug hoop hebben dat je naar huis kan vliegen (Naxos ;-)).

Ontdekken dat Griekenland andere regels heeft rond het herstelcertificaat en bovendien een negatieve PCR-test vraagt, die ik mogelijks niet kan voorleggen door mijn recente ziekte, die niet wordt erkend door de andere regels rond het herstelcertificaat…

En vooral alleen zijn, opgesloten.
Ik ben een covid-case.

 

Menselijkheid en dankbaarheid? Jawel. Ook dit zijn mijn ervaringen.

De vriendin die me verplicht elke ochtend en elke avond een bericht te sturen, zodat ze weet hoe het gaat. Ze kan niet komen. Ze zit zelf in isolatie.

De vrienden, van wie je het niet direct verwacht, die een ‘ziekenzorg’-groepje starten en gezonde maaltijden koken en drie kwartier rijden om dat te komen brengen.

De vriendin die héél erg pro vaccinatie is, en erin slaagt me de hele periode geen enkele opmerking te geven over mijn keuze.

De vriendin die een ‘pep-up-doos’ aan de deur komt zetten. Met gezonde maar (yessss) ook ongezonde dingen. Zelfs een zonnebril om terug anders te kunnen kijken.

De mensen die ik eigenlijk niet zo goed ken, maar die berichten sturen. Velen onder hen, misschien toevallig, niet gevaccineerd en ook ziek (geweest). Berichten met ervaringen, hulpmiddeltjes, knuffels en gewoon ‘hoe is ‘t?’.

De vriendin die elke ochtend belt om te zien of ik wakker ben geworden.

Collega’s die betrokken zijn en informeren. Een directeur die heel flexibel oplossingen zoekt en me tijd geeft.

Vrienden die videobellen, omdat ze me ook willen zién, want ik klink zó slecht.

De bloemen die worden geleverd of dat pakketje met thee en een maskertje om mezelf te verwennen.

Een Italiaanse traiteur die soep en een maaltijd komt leveren. Ik hang uit mijn venster om te zeggen dat ze het voor de deur mag zetten. En ze roept naar boven van wie ze het moest komen brengen: een dierbare collega die zelf in de prak ligt, maar absoluut haar steentje wil bijdragen.

Dat smsje: ‘Vandaag in de aanbieding: stukje zalm, rijst en venkel, vers pompoensoepje. Mag ik dit brengen? Eventueel nog iets nodig van de winkel?’

De vriendin die haar halve flesjes olietjes en strippen voedingssupplementen komt brengen, omdat Farmaline mijn bestelling maar niet levert.

De buurman die meteen naar de apotheek loopt en mijn antibiotica brengt en de volgende morgen nog eens om de puffer gaat, die niet beschikbaar was.

De vrienden die allerlei opzoekingswerk doen rond de voorwaarden om naar Griekenland te vliegen en hoe we dat kunnen oplossen. En die op hun beurt vrienden inschakelen om me te helpen.

En nu?

Het ligt nog niet helemaal achter me, die periode. Het lijkt wel zo, maar de intense vermoeidheid maakt het niet makkelijk om het oude leven terug op te pakken. Het lijkt soms of ik op een paar weken tijd, een paar jaar ouder ben geworden.

Het heeft tijd nodig, hoor ik dan rondom me, ‘je moet geduld hebben’. En ja, wellicht komt alles goed.

Aanvaarding helpt daarbij.
Aanvaarding van de beperking in eerste instantie.
Maar vooral aanvaarding van de pijn die deze ervaring me deed, de wonden die achterblijven.

Wat ik leer is hoe belangrijk het is er ‘te zijn’, in zo’n kwetsbare momenten.

Dat een telefoontje, of zelfs een bericht op het antwoordapparaat, toch een andere impact heeft dan ‘Al beterschap?’ op whatsapp.
Dat een kommetje soep aan de deur gaan brengen, onbetaalbaar is.
Dat het soms moeilijk is om hulp te vragen als je stevig ziek bent en dat pro-actief zijn dan echt nuttig is.
Dat iemand die ziek is, soms niet meer de kracht of helderheid heeft om in te schatten wat er dient te gebeuren.

Dat de geest soms rare dingen denkt, als je daar alleen ligt op je kamertje.
Dat (al dan niet bewust gezaaide) angst en polarisatie, mensen goede zorg ontneemt. Omdat ze deze niet krijgen, of omdat ze deze niet durven vragen uit schaamte of angst voor nog meer veroordeling.
Dat bij elke maatregel het subsidiariteitsprincipe in het achterhoofd zou moeten zitten.
Dat een covid-case toch ook vooral een mens blijft.

Dus ik wil je mijn verhaal vertellen. Het verhaal van mijn hart, mijn lichaam, mijn ziel. Omdat ik denk dat mijn verhaal mijn unieke situatie overstijgt. Dat het gaat over universele waarden Omdat ik vrees dat we soms, in het heetst van de strijd, in het belang van het grotere geheel, die essentiële elementen over het hoofd zien. En dan zijn het de kleine unieke verhalen die ertoe doen. Laat ons, los van persoonlijke keuzes, gewoon allemaal mensen blijven en goed voor elkaar zorgen.

 

Laat ons menselijke mensen blijven in een menselijke samenleving.

 

*Belangrijke noot

Het is niet mijn intentie wie dan ook te kwetsen met deze passage.
Ik wil benadrukken dat dit een kijk is van één stukje van mij. Mijn rationele stukje kan dingen wel plaatsen.
Ik heb begrip voor familie en vrienden die hun eigen zorgen en problemen hebben en geen ruimte voelen om er te zijn of daardoor zelfs niet door hebben wat er aan de hand is.
Ik heb begrip voor mensen die door angst verlamd geraken, door het luisteren naar goedbedoelde adviezen of eenzijdige informatie.
Ik heb begrip voor artsen die overvraagd zijn en zichzelf willen beschermen.
Ik heb begrip voor mensen die een oordeel hebben over de keuze van anderen. Vaak is angst hier een grote motivator. Vaak is er niet de ruimte om te kijken naar mogelijke motieven voor die keuze.
Ik heb zelfs begrip voor een overheid die mijns inziens angst gebruikt, omdat ze wellicht geen betere manier zien om mensen te sturen in hun gedrag.
En ik besef dat de linken die dit stukje van mezelf, op dat moment, in haar volle kwetsbaarheid, legt, wellicht te eng en te eenzijdig zijn.

Gisteren, tijdens mijn meditatie, viel het me plots te binnen: ‘Daarom is er Corona!’.

Nee, ik ga je niet de zoveelste complottheorie voor de voeten gooien. Noch afkomen met al dan niet wetenschappelijk onderbouwde stellingen over het ontstaan van dit kleine organisme dat erin slaagt om de ganse wereld uit balans te brengen.
En ook nog even vooraf: begrijp me goed, ik voel me niet echt schuldig. Maar ik kan er niet om heen: ik heb er een stukje om gevraagd.

Het is nu al een hele tijd dat ik aan iedereen die het horen wil, uitspreek dat het mijn droom is om meer in Naxos te zijn. Dat ik hier mijn project verder wens uit te werken en dat ik wil kunnen genieten van deze prachtige plek.

Manifesteren… Ik weet niet of je er al van gehoord hebt, maar ik ben er momenteel veel mee bezig. Ik dacht, ik moet daar nog eens een cursus in volgen. Maar toen ik dus hoorde dat je diepste verlangens eigenlijk het makkelijkst te verwezenlijken zijn, viel hem – die spreekwoordelijke frank.

Ik heb natuurlijk zelf al heel wat stappen gezet om dit te realiseren. Ik heb gevraagd én gekregen. Denk maar aan de flexibiliteit van de Academie waar ik les geef. Ik heb gedurfd en gedaan. Maar dus dit jaar heeft de kosmos mij een duwtje in de rug gegeven.
Dankzij Corona ben ik al vroeger naar mijn eiland afgereisd. Door de lockdown ben ik in juni niet terug kunnen komen. In september kon ik wel komen lesgeven en mij even laven aan mijn besten vriendinnen en vrienden. Maar voor ik opnieuw moest afreizen naar het koude, natte België besloten ze opnieuw de deuren te sluiten… Ik twijfelde of ik zou blijven. Maar ben ik nu maar wat blij dat ik het deed! Want het was een kadootje van de kosmos!

Nee, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn hier. Ook hier is alles gesloten en is de bewegingsvrijheid heel beperkt. Maar ik heb de zee en de zon. Ik kan mooie wandelingen maken en op mijn board af en toe het water op. Ik moet veel online werken maar ik kan het wel doen met een mooi uitzicht. En het daagt me ook uit om op een andere manier de lessen vorm te geven… Ik heb mijn groepen gemist deze zomer, maar ik mocht me hier wel meer en meer thuis voelen.

En ineens overvalt me een ontzettende dankbaarheid. Het is niet de manier waarop ik het me had voorgesteld, maar ik heb het wel gekregen, die tijd hier in mijn paradijsje! Het werkt!

Ik voelde me geblokkeerd om naar het volgende seizoen te kijken. Ik kon maar niet beslissen rond de planning. Durf ik het opnieuw aan, nu alles zo onzeker is? Maar ineens gaat er een deur open… Als de kosmos zo goed voor me zorgt, dan MOET ik gewoon vertrouwen!

Ik ga erin vliegen. De volgende dagen spendeer ik voornamelijk achter het scherm, maar alle vrije momenten ga ik broeden, schrijven, visualiseren, beslissen!
Ik ga ervoor!
Volgend jaar ga ik minstens zes geweldige groepen doen!
Volgend jaar ga ik minstens zes weken met individuele mensen of koppels aan het werk!
Dat is mijn nieuwe bestelling aan de kosmos. Ik laad het in mijn virtuele winkelkarretje, samen met nog wat andere wensen. Wensen die krachtig resoneren met mijn kern. Ik word er helemaal warm van.*

 

*Ik verontschuldig me al vooraf als je enig nadeel mocht ondervinden van de ingrepen die de kosmos zal doen om mijn dromen te vervullen. Dat is niet mijn intentie.

Maandag 9 november ga ik naar België… Of niet?

Normaal vertrek ik maandag naar het vaste land, dinsdag vlieg ik dan naar België. Na acht maanden (min twee weken) hier mijn thuis te hebben bewoond. Ik keek er niet echt naar uit, maar het is ook goed. Ik kon terug gaan lesgeven op Educatieve Academie. Woensdag nog een vrije dag, maar donderdag al een les seksualiteit en vrijdag op weekend met een eerste jaar. Mijn lievelingsweekend. Daar keek ik wel naar uit.

En dan die telefoon vanuit E.A.: ‘we gaan online’… Een heel begrijpelijke beslissing als je de nieuwsberichten volgt. Verantwoordelijkheid opnemen. Voor mij betekent het dat ik de meeste lessen van achter een camera zal mogen geven. En het weekend en de jaartraining (improvisatie-)theater en therapie worden uitgesteld.

En dan start het: ga ik terug? Waarom zou ik?

Eigenlijk komt die vraag in eerste instantie van anderen. Alsof het bijna vanzelfsprekend zou zijn dat ik hier blijf. In eerste instantie reageer ik ook bijna vanzelfsprekend dat ik alleszins terugkom. Maar dan sijpelt het binnen: eigenlijk heb ik de keuze!

Het feit dat ik in september mijn naaste familie en mijn dichtste vrienden heb gezien, maakt dat daar op dit moment niet echt een grote nood leeft.
Een paar cliënten die een live gesprek gepland hebben… Die zal ik dan in steek laten, maar ik kan wel online ondersteuning aanbieden.
Een enkele teambegeleiding die mogelijks live zou kunnen doorgaan… Mogelijks, want op dit eigenste moment wordt misschien wel beslist om opnieuw volledig in lock-down te gaan.

En welke stemmetjes zouden dan toch vertrekken?
De loyale dochter en zus die veroordeelt dat ik niet actief deelneem aan de zorg van onze bejaarde moeder.
Degene die denkt dat er zich mogelijks nog opportuniteiten zouden kunnen voordoen in België, die mijn inkomen kunnen verzekeren.
Degene die gevoelig is voor afgunst en jaloezie of ander oordeel van andere mensen.
Degene die vindt dat ik zoveel geluk niet verdien. Ik moet maar afzien zoals iedereen.

Gisteren raakte ik er helemaal overstuur van.
Gelukkig ken ik wat zelfzorg-truukjes. Met stip op nummer één: mijn maatje bellen. Die krijgt mij altijd wel weer met mijn voetjes op de grond. En daarna een hete douche en een massage…
En dan komt er terug rust.

Ze zijn er nog hoor, bovenstaande madammekes. Maar aan de overkant van de tafel zitten er nu die behoorlijk wat relativeringsvermogen in de weegschaal kunnen leggen.

Wat is de juiste beslissing? Geen enkele. Elke keuze heeft zijn consequenties. Mijn vriend vertelde een verhaaltje over een man die een drenkeling redde. De volgende dag stak de man die hij net had gered, een onschuldige man neer. Een gruwelijk gevolg van zijn goede daad?

Er is geen juiste beslissing.
Er is alleen een nu en een hier.
En een beslissing en gevolgen.
En zo lang ik bereid ben de gevolgen van mijn beslissing te dragen, is elke beslissing ok. En als ik mijn beslissing kan nemen vanuit mijn midden – na rijp overleg met alle madammekes aan mijn ronde tafel – dan kan ik de reacties van anderen bij hen laten. Omdat ik weet hoe het voor mij is, hoe het voor mij voelt.

Ik ben benieuwd wat het wordt.

 

Ik kreeg het niet over mijn hart om de afspraak te verwijderen uit mijn digitale agenda: ’14u Carine en Jo ophalen en naar Medusa brengen’. Zelfs hun vlucht was ongewild in mijn agenda geraakt. Ze had immer haar vluchtgegevens doorgestuurd en mijn gmail doet dan zijn werk. Maar niet dus.
Ze komen niet.
Dat is al even beslist. En je zou denken dat ik al aan het idee gewend zou zijn geraakt.
Maar niet dus.

Tot nu toe was mijn tijd hier als het ware ‘extra time’. De eerste drie weken waren echt extra: ik zou op dat moment eigenlijk nog in België zijn. Dat waren ook nog echte werkweken. Daarna had ik van mezelf twee weken vakantie mogen voorzien. Ik had in België immers stevig gewerkt. Vanaf eind april stond mijn agenda open voor individuele retreats en was het tijd om mijn eerste groepen voor te bereiden.
De individuele retreats oogsten wel interesse en informatievragen, maar uiteindelijk stak een pandemie een stokje voor eigenlijke boekingen. Dus tot nu toe zou ik hier sowieso alleen geweest zijn. Maar vrijdag zouden mijn eerste gasten arriveren. Ze klonken heel aangenaam aan de telefoon. Ik ben er zeker van dat het een intense en fijne samenwerking zou hebben kunnen worden.
Zouden hebben kunnen… Dan moet ik telkens opnieuw denken aan Jos Ghysen. Bij een fout antwoord in het spelletje van Te bed of niet te bed, klonk het: ‘Had kunnen geweest zijn: 5 dagen Zwarte Woud’ (of een andere, op dat moment als exotisch in de oren klinkende, bestemming).
Maar niet dus.

Ik heb de afspraak dus niet verwijderd en nu het alsmaar dichterbij komt, merk ik dat het pijn doet.
Het gaat niet door.
Mijn groepen gaan niet door.
Ik kan niet spelen, leiden, verleiden, begeleiden, verrassen, vertellen, uitdagen, uitleggen, gidsen, voeden, inspireren…
Dat, waar ik reeds enkele jaren al mijn passie in leg, wil stromen.
Maar niet dus.

En de pijn gaat niet over de financiële impact van alle annuleringen. Niet fijn natuurlijk, maar ik ben bij de gelukkigen die gesteund worden door de Belgische Staat. Dus ik ga het wel overleven.
Nee, het gaat over een veel essentiëler iets. Het gaat over mijn volle potentieel dat ik niet kan benutten als ik mijn passie niet kan delen. Het gaat over mijn missie leven. Dat is tenslotte waarvoor ik op dit eiland ben. Omdat de energie hier de perfecte bodem biedt voor de persoonlijke groei van mensen die ik mag voeden.

(Hoogdravende woorden, vindt mijn bescheiden ikje. Maar ik volg een meditatie-challenge van Deepak Chopra rond Abundance (overvloed). En vanuit die energie sta ik me toch toe het te schrijven.)

Er is zoveel potentieel dat nu niet kan worden gebruikt. Dus zoekt het andere uitwegen. In hout en schelpen, in verf en doek, in zaag en schuurpapier. Tijd om mezelf te voeden, om zelf te rusten, te spelen en te ontdekken. En te genieten.

Ik doe het voor jullie bij.
Voor Carine en Jo, voor Ann-Marie, Lesly, Isabelle, Annelies, Krista, Ann, Kristel, Mieke, Mia, Hilde,…
En ja ook voor jou.
Want misschien wilde jij ook wel komen.
Maar niet dus.

Het is een emo-dag. Tijdens een meeting vertel ik dat ik last heb van het slechte weer. Het is koud, het regent en er zijn zoveel wolken dat ik zelfs het eiland tegenover me niet kan zien. Er wordt gelachen. ‘Haha, en daar zit ze dan op haar paradijselijke eiland!’ Zo scherp is het niet bedoeld. Zo scherp komt het wel binnen.
Er komen tranen. Die had ik niet verwacht.

En ik probeer me te herpakken. Anderen hebben het zoveel moeilijker dan ik. Alhoewel ik de eerste ben om aan anderen te zeggen dat ‘last’ niet te vergelijken valt. Maar ik kan het niet laten. En de tranen blijven maar komen.

Ik breek mijn hoofd over mijn ‘slecht gevoel’. Wat is er nu zo erg? Misschien ben ik stiekem toch banger dan ik denk maar verdring ik dat. En laat die angst zich nu op deze manier zien? Misschien…

Allerlei hypotheses. Soms ben ik het zo beu dat ik therapeute ben. Moet ik mezelf altijd zo analyseren!

Ik stuur een berichtje naar mijn zielemaatje. Zij leest tussen de regels. Gelukkig. Ze belt.
Wat is er aan de hand?
Ik weet het niet. Het gaat niet. En eigenlijk is er niks aan de hand. Eigenlijk is alles goed. Alleen is het slecht weer. Ik kan zelfs niet tot op het strand wandelen. Maar wat een luxeprobleem, ik heb toch een schoon uitzicht… Dus ik denk dat er iets anders is, iets dat ik niet zie.
En ik deel al mijn analyses, mijn kronkels, mijn gedachten.
En zij luistert.
Gewoon.
En ik vraag haar of zij een idee heeft wat ik zo aan het verdringen ben, dat het zich op deze manier toont. En ze zegt: ‘Ja maar, het is toch gewoon niet leuk!’

En het deint weg. Al die tranen stromen naar zee. Al die woorden die eruit vloeien creëren ruimte. Al die luisterende stilte vult me met warmte.
En ineens zie ik weer alles wat mij kan helpen.
Als ik er IN zit, zie ik dat niet.
Zelfs als ik er een lijstje van zou maken, zou ik er op dat moment niet naar kijken.
Nee, zegt ze, dan helpt alleen bellen naar een vriendin en even zagen.

Spot on.

Dus ja aan yoga en meditatie, aan stress-reducerende technieken en ademhaling, ja aan creativiteit en lichaamsbeweging. Maar vooral ja aan een vriendin tegen wie je gewoon even je verhaal mag vertellen zonder adviezen, oplossingen of oordelen.

Bij deze vaardig ik een nieuwe Coronamaatregel uit: het recht om te zagen!

 

(*) Zagen: op vervelende wijze spreken, zeuren, meestal over iets dat voor anderen niet belangrijk lijkt. –  of nog: het uitspreken van dingen waar je last van hebt, maar waarvan je innerlijke criticus vindt dat je overdrijft.

Dag 5 van mijn quarantaine. Eindelijk een dagje rust.

Overal hoor / lees ik over ‘verstillen’ en ‘naar binnen gaan’, ‘uit de malle molen stappen’. En dan denk ik ‘Euh?!’ Ik heb het hier nog nooit zo druk gehad.

Normaal, wanneer ik in Naxos arriveer, arriveer ik in een andere tijdszone. Niet alleen letterlijk (we lopen een uurtje voorop), maar vooral wat betreft het tempo. Hier is het ‘siga siga’! We nemen een siësta en laten ons leiden door de natuur en de wind.
Maar nu is het alsof ik mijn Belgische tijd heb meegebracht. In de nacht van dinsdag op woensdag stapte ik rond half één van de boot en 13 uur later had ik nog niet alles uitgepakt, maar zat ik al achter mijn computer supervisie te geven. En ‘s avonds nog een vergaderingske. En zo ging het de volgende dagen ook: online meetings, overleg, therapie, supervisie, lesgeven…
En tussendoor natuurlijk ook nog even bijpraten met wat vrienden en collega’s…

Want het lijkt wel alsof iedereen opeens het online-contact ontdekt heeft. Door mijn lange verblijven hier heb ik skype of facetime echt leren appreciëren. Het is vaak de kers op de taart van mijn fijne leven hier: vertoeven in een paradijsje en toch af toe contact kunnen houden met een paar speciale vriendinnetjes. Maar ineens lijkt iedereen aan de skype – of zoom, whereby, webex, whatsapp en dies meer…

Tof natuurlijk, maar….. veel.

Dus al mijn voornemens om naar binnen te gaan, yoga te doen, te mediteren met Genpo Roshi en eindelijk die sessies van Tara Brach te bekijken,… Voorlopig moeten ze nog even wachten.

Het maak me even onrustig en zelfs wat ongelukkig. Maar dan denk ik aan dat Afrikaans verhaaltje:

Er was eens een man die het lef had om naar de onherbergzame streken in Afrika te reizen. Zijn enige gezelschap waren de dragers. Elk van hen hield een machete vast en vocht zo zijn weg door de dichte vegetatie. Hun doel was om tot elke prijs verder te gaan.
Wanneer ze voor een rivier stonden, gebruikten ze zo weinig mogelijk tijd om die over te steken. Verscheen er een heuvel, dan versnelden ze hun stappen om geen enkele minuut te verspillen. Maar plots stopten de dragers. De ontdekkingsreiziger reageerde verrast. Want ze waren pas enkele uren aan het lopen.
Dus vroeg hij hen: “Waarom stoppen jullie? Zijn jullie al moe? We hebben slechts enkele uren gelopen.”
Toen keek één van de dragers hem aan en zei: “Nee mijnheer, we zijn niet moe. Het is alleen zo dat we zo vlug verdergegaan zijn dat we onze ziel achtergelaten hebben. Nu moeten we wachten tot onze ziel ons weer ingehaald heeft.”

Ja, dat is het: mijn ziel moet me nog inhalen.
Dus ik accepteer dat ik nog even op Belgische tijd leef.  Ik zal de tijd nemen om op mijn ziel te wachten. Ik kan mijn quarantaine daarvoor gebruiken. En daarna, kan ik de rust echt laten binnenkomen. Dan kan ik ook naar zee  kunnen wandelen – wat ik voorlopig mezelf nog niet kan toestaan. Daar vind ik die altijd.

Ik kijk er naar uit, naar die andere tijdszone en vooral naar de aankomst van mijn ziel.

Ik zit in quarantaine, zoals behoorlijk wat mensen. Sommigen omdat ze ‘lichte symptomen’ vertonen en ze moeten het zekere voor het onzekere nemen. Anderen omdat ze in contact kwamen met iemand. Ik omdat ik het land binnenkwam. Jawel, ik zit hier in Naxos in quarantaine. En ‘opgesloten’ zitten met mijn zicht op zee voelt niet echt als een opdracht.

Maar hoe kom ik hier terecht?

Ik was in België volop aan het werken toen alles begon uit de hand te lopen. Ineens regent het annuleringen: trainingen worden afgelast (Eerlijk gezegd heb ik eerst nog iets van: ‘overdrijf nu niet’ – wellicht was ik niet de enige!), voorstellingen gaan niet door. Vrijdag hebben we nog cliëntbegeleiding op EA, zaterdag mogen we niet meer lesgeven… Halsoverkop installeren we dan een onlineplatform en geef ik les voor de camera terwijl 18 studentjes voor me op het scherm geprojecteerd staan…
In mijn achterhoofd zit er ongerustheid: zal ik nog wel terug naar huis kunnen? Ik zou voor de eerste keer écht voor lange tijd naar Naxos gaan. Vanaf de paasvakantie. Maar zou ik nog kunnen vertrekken?

Zondag: Ik heb afgesproken met mijn petekindje voor een fotoshoot voor zijn communie. We blijven op veilige afstand. Geen kussen (de kinderen vinden dat niet zo erg ;-)). Zijn papa, gaat ervan uit dat woensdag of donderdag België helemaal dicht zal gaan… Ik word overladen met informatie, statistieken, … “Het is ernstig, Suzanne!”
Ik moet nu handelen!
Een goeie vriendin, geeft me een spreekwoordelijke sjot onder mijn gat.
– “Waarom zou je nog blijven?”
– “Ik heb woensdag cliënten. Die kan ik toch niet zomaar annuleren!”
– “Ja maar, als je wacht tot na woensdag om dat goed te kunnen afronden, kan het zijn dat je niet meer kan vertrekken. En voor hetzelfde geld bellen de mensen zelf tegen woensdag af en dan ben je gebleven voor niets… “
Dus na nog een telefoontje met mijn zus (want ik zou dus ook geen zorg kunnen opnemen voor ons mama) is het in mijn hoofd beslist: ik vertrek zo vlug ik kan. Dinsdag dus.
Die avond herboek ik mijn vluchten. (Leve Aegean Airlines bij wie ik alles kon herboeken zonder kosten.)

Maandag: Ik mail mijn cliënten, breng mijn huis op orde, rij nog even naar het containerpark, breng mijn auto naar Aarschot en neem daar afscheid van mijn mama. Tot laat in de avond ben ik bezig met het pakken van mijn koffer. Wat wel en wat niet meenemen? Ik vertrek voor twee en een halve maand. Minstens. En normaal heb ik twee groepen voor ik terugkom. Heb ik alles? …

Dinsdag: Een vriendin brengt me naar Zaventem. Spannend. Gisteren zou Griekenland hebben beslist dat iedereen die het land binnen komt 14 dagen in quarantaine moet. Hoe gaat dat zijn? Mag ik doorvliegen naar Naxos? Ik heb een belachelijk duur hotel geboekt voor één nacht en de volgende dag een vlucht. Misschien moet ik dan 14 dagen in dat hotel blijven? Dat kan ik me niet veroorloven! Wat als?…
De reactie van mensen om me heen is heel verschillend. De ene begrijpt het helemaal, steunt, denkt mee of wil Reiki sturen. De ander wijst op de gevaren. Wat als ik daar ziek word? De gezondheidszorg is in België veel beter. Op het eiland is zelfs geen Intensive Care!
Ik voel ook binnen in mij verschillende stemmetjes. De ene vol vertrouwen: ‘Als er zoiets aan de hand is, wil een mens gewoon naar huis en voor jou is dat Naxos!’. De andere een beetje bang: is dit wel de juiste beslissing?

Aan de incheckbalie tref ik een superlieve dame. Ze geeft me spontaan een ‘priority-label’, dan komen mijn koffers als eerste op de band. Dat opent ineens mogelijkheden. Ik kom in een ‘creatieve denk-modus’ terecht. Ik bel mijn vertrouwde taxichauffeur in Athene en zeg hem dat hij op me moet wachten, dat ik mogelijks geen gebruik ga maken van zijn diensten, maar dat ik hem dan alsnog zal betalen. Ik mail naar het hotel met de vraag of ik, gezien de omstandigheden, een verlenging kan krijgen van de annulatietermijn. Normaal moet ik voor 12u annuleren, anders ben ik mijn geld kwijt. Ik vraag of ik mag wachten tot 16u.
Plan B (de boot nemen) wordt plan A. Plan A (een vlucht morgen) wordt plan B – want vandaag ben je zeker van vandaag, niet van morgen.

Tijdens de vlucht wordt er niets gemeld. Bij aankomst moeten we een formulier invullen voor we uitstappen. Ik ben nogal snel met invullen (en had ‘toevallig’ een zitje op rij 6 toebedeeld gekregen!) en zit bij de eersten op de bus die ons naar de gate brengt. Als er 20 mensen op zitten, vertrekt die reeds. Ik verwacht me aan een check van koorts of een interview, maar kan gewoon doorlopen. Als ik aan de baggageband arriveer, schuift mijn koffer reeds voorbij. George wacht op me. In de auto checkt hij of alles in orde is met de ferry. Ik bel naar het hotel om mijn kamer te annuleren. Ik raak zonder problemen op de boot. Herboek mijn vlucht van morgen nogmaals naar zomaar een datum. Kan ik dat later nog bekijken.
Ik stuur berichtjes naar heel wat mensen dat het me gelukt is, zoek me een zitje ver van iedereen (er is niet zoveel volk op de boot) en in stalleer me voor de volgende uren. We varen langs Syros dus het is bijna één uur als ik thuiskom. Doodmoe maar gelukkig.

 

 

Woensdag: het is zalig wakker worden met zicht op zee. Blauwe lucht. De wind die waait. Je zou haast vergeten wat er aan de hand is in de wereld.

 

 

Dus ja, ik heb geluk. Ik hoor heel andere verhalen.
Van mensen die niet thuis raken.
Mensen die in quarantaine moeten omdat zoveel collega’s besmet zijn.
Mensen die overuren draaien.
Mensen die nog naar een ander land wilden omdat hun dochter gaat bevallen en er niet raken.
Mensen die in de zorg werken en niet mogen thuisblijven.
Mensen die zich eenzaam voelen.
Mensen die helemaal in angst zitten.
Mensen die zich in de steek gelaten voelen.
Mensen die niet meer de zorg krijgen die ze normaal nodig hebben.
Mensen die leidinggeven en beslissingen moeten nemen met grote impact zowel menselijk als economisch.
Mensen die waken bij hun zoontje, dat met koorts in bed ligt. Is het het virus? Er wordt niet meer getest, dus je kan alleen maar wachten en hopen dat het niet erger wordt.
Mensen die met zorg hun afscheid hadden voorbereid en nu zelfs geen mooie begrafenis kunnen krijgen.
Mensen die lijden.
Mensen die sterven.

En ik zit hier. Op mijn eiland. Ik heb zoveel geluk.

Zoveel geluk dat ik me schaam. Of zelfs schuldig voel. Alsof ik meer had kunnen doen als ik in België was gebleven. Alsof ik van mijn verantwoordelijkheden ben weggevlucht. Ik heb alleen maar aan mezelf gedacht.
En dan komt er dat andere stemmetje: nee je hebt niet alleen aan jezelf gedacht. Je hebt gedacht over de impact op andere mensen. Je hebt wel voor jezelf gekozen.

En laat nu net dàt de boodschap zijn die ik wil uitdragen. Dat mensen kiezen voor zichzelf. (En dat betekent voor iedereen iets anders. Moest ik arts zijn of verpleegkundige, ik zou heel andere keuzes maken nu.)
En dat je vanuit die oprechte keuze voor jezelf in verbinding kan gaan. Echt in verbinding.
En echte verbinding is op verschillend manieren mogelijk. Ik neem me voor om verhalen te delen, foto’s, wat lichte energie. Ik ga mediteren en compassie sturen. Dat is niet in de frontlinie in de materie, maar ik hoop dat het kan bijdragen aan een psychisch en energetisch draagvlak.

Mag ik ook in deze tijden, gewoon delen van mijn geluk?!

Donderdag 19.03.2020